Talen en culturen vormen de basis van hoe we denken, communiceren en de wereld begrijpen. Toch staan de talenstudies in Nederland al geruime tijd onder druk. Het aantal studenten in opleidingen als Neerlandistiek, Frisistiek en moderne vreemde talen daalt en het tekort aan eerstegraads taaldocenten in het voortgezet onderwijs groeit.

In het sectorplan Geesteswetenschappen worden stappen gezet ter vernieuwing en duurzame versterking van de talenexpertise en het onderwijsaanbod op dit gebied, onder meer door het ontwikkelen van brede, interdisciplinaire curricula waarin talenkennis een centrale plek hebben, in te zetten te focussen op landelijke samenwerking binnen de bacheloropleidingen Duits, Frans en Nederlands, en door het verbreden van toegang tot lerarenopleidingen voor een bredere groep studenten.


Notitie hoofdlijnen strategie t.a.v. actielijnen talen – door het decanenoverleg Letteren en Geesteswetenschappen

Het Sectorplan GW zet voor alle drie de thema’s in op disciplinegerichte investering en interuniversitaire samenwerking. Specifiek voor het thema Talen en culturen voorziet het Sectorplan bovendien in een actieplan voor het versterken en verduurzamen van de talenexpertise in het onderwijs (Nederlands, Frans, Duits) en de toestroom in de lerarenopleiding voor die vakken. Deze notitie is een beknopte schets van dat specifieke actieplan, bedoeld om voor de Sectorplancommissie nog eens de context en de achtergrond (‘wat’, ‘waarom’ en ‘hoe’) ervan te schetsen. Ze sluit aan bij eerdere DLG-notities hierover, zoals die van 5 november 2024.

Wat

We versterken de stabiliteit en de innovatiekracht van de expertisegebieden van de Nederlandse, de Franse en de Duitse taal en cultuur door samenwerking, profilering en taakverdeling. Daarmee maken we deze expertisegebieden aantrekkelijker voor nieuwe generaties studenten (instroom), verbreden we de toestroom van studenten richting universitaire lerarenopleiding (civiel effect), en positioneren we deze expertisegebieden beter in het competitieve onderzoekslandschap (innovatie).

Waarom

Talenexpertise is in de wereld van vandaag en morgen cruciaal. Toch zien we dat de toestroom van studenten naar de gespecialiseerde opleidingen waarin deze expertise aangeboden wordt, de Taal en Cultuur-opleidingen, al vier decennia lang gestaag afneemt, en is de verwachting niet dat dit tij zal keren. Studentenaantallen in de bestaande T&C-opleidingen naderen (of overschrijden inmiddels) de kritieke ondergrens; de betrokken staven zijn in de loop van de tijd sterk gekrompen, en hetzelfde geldt voor het (taalspecifieke) onderwijsaanbod. Er is een grondige, landelijk afgestemde aanpak nodig om het domein te revitaliseren (in onderwijs en onderzoek) en om te voorkomen dat de toestroom richting leraarschap nog verder opdroogt.

Hoe

Deze landelijke aanpak kent drie actielijnen, die onderling ten nauwste samenhangen. In de Zelfevaluatie hebben we aangegeven welke concrete acties er in de drie lijnen zijn (geweest). Hieronder geven we voor het gemak nog een keert de hoofdlijnen weer van de achterliggende strategie per actielijn.

Actielijn 1: bereik van T&C-expertise vergroten. In actielijn 1 heeft betrekking op de herpositionering (en vernieuwing/doorontwikkeling) van T&C-expertise in het BA-onderwijs per instelling. Aan alle betrokken universiteiten wordt talenexpertise binnen verschillende BA-programma’s (zowel T&C-opleidingen als andere/nieuwe opleidingen) verbonden met thema’s en expertises uit andere, studentrijke domeinen, zodanig dat grotere groepen studenten met talenexpertise in aanraking komen, en zodanig dat de talenexpertise in interdisciplinair verband nieuwe impulsen krijgt.

In de afgelopen twee jaar hebben de betrokken universiteiten binnen actielijn 1 verschillende keuzes gemaakt die complementair, profilerend en onderling goed afgestemd zijn. Doordat we andere keuzes maken, ontstaat er taakverdeling, en daarmee borgen we een zo breed mogelijk palet aan expertises en subdisciplines op landelijk landelijke niveau.

Actielijn 2: doelmatigheid opleidingen vergroten. Deze actielijn gaat over landelijke samenwerking tussen opleidingen van verschillende universiteiten. Er wordt gewerkt aan landelijk gecoördineerd, gezamenlijk taalspecifiek aanbod voor Frans, Duits en Nederlands. Door dit onderwijs in gezamenlijkheid aan te bieden creëren we schaalvergroting (studenten van verschillende instellingen bij elkaar).  We borgen vooral dat er voldoende taalspecifiek aanbod is, niet alleen voor T&C-studenten, maar ook voor zij-instromers en bijvakkers die zich willen kwalificeren voor het leraarschap via een andere route dan een T&C-opleiding (zie actielijn 3).

In de afgelopen twee jaar zijn we tot de conclusie gekomen dat Alfa4all het platform wordt waarop we de landelijke samenwerking gaan vormgeven (“Alfa4all 2.0”). Het toekomstig aanbod binnen Alfa4all 2.0 is zowel voor zij-instromers bedoeld als voor reguliere studenten. Momenteel wordt onderzocht of en hoe de OU als platform kan dienen voor het toekomstig aanbod van Alfa4all 2.0 en of er andere alternatieven zijn.

Actielijn 3: toegangsroutes tot de lerarenopleiding. Langs deze actielijn werken we aan het verbeteren en verbreden van de toegangsroutes tot de universitaire lerarenopleidingen, met name ook de toegangsroutes die niet verlopen via de ‘klassieke’ T&C-opleidingen. Binnen de verschillende instellingen wordt gewerkt aan (de zichtbaarheid van) studiepaden die BA-studenten kunnen kwalificeren voor educatieve MA-programma’s. Het onderwijs dat in het kader van actielijn 1 ontwikkeld wordt en/of de organisatie van het bestaande onderwijs in het kader van actielijn 1, speelt daarbij een belangrijke rol. Daarnaast is een belangrijke doelstelling om anders te gaan denken over de kwalificaties die nodig zijn om tot de lerarenopleidingen te worden toegelaten.

Actielijn 3 is vanuit het DLG wat langzamer opgepakt dan de andere 2 (waarvan actielijn 3 afhankelijk is) omdat dit niet alleen van faculteiten afhankelijk is maar ook van lerarenopleidingen. Onlangs is de “Lerarenkamer Alfa” in het leven geroepen (naar het voorbeeld van de “Lerarenkamer Bèta”), waarin scholen, vakvereniging leraren, VO-raad, vakdidactici, meesterschapsteams, lerarenopleidingen en talenexpertise vertegenwoordigd is. De Lerarenkamer Alfa voert, namens het DLG, het gesprek met het Ministerie en met belanghebbenden in het veld over de toegankelijkheid van de lerarenopleidingen.